Ons brein is slim en vasthoudend. Hij houdt van patronen. Sommige maken je blij en andere geven je een onprettig gevoel. Pff. Het goeie nieuws is dat een fijn gevoel je helpt bij het maken van behulpzame patronen. En dat is handig als je je huis wilt opruimen. Ik ga dit uitleggen.
Als opruimen niet gemakkelijk voor je is, dan ligt daar een patroon in je brein onder. Dat patroon is ooit ontstaan omdat het nodig was. Je wilde spullen bij je te houden, dat gaf een goed gevoel.
Nu is er iets veranderd. Bijvoorbeeld: je kunt spullen niet meer vinden of je kunt er niet meer bij. Het geeft geen goed gevoel. Je wilt je spullen kunnen vinden en ze kunnen pakken. Dat is nu je behoefte. Dan heeft je brein een nieuw patroon nodig en een fijn gevoel helpt je de nieuwe gewoonte eigen te maken.
Hoe werkt het?
Stel, je wilt eten klaarmaken en je aanrecht ligt vol. Dan is koken lastig, want je hebt ruimte nodig. Je moet eerst je aanrecht leeg maken.
Stel nu eens voor dat je wilt gaan koken en dat je aanrecht al leeg is. Hoe fijn is dat: je kunt gelijk starten.
Hoe krijg je jezelf zover dat je het aanrecht als vanzelf opruimt na gebruik?
Dit is de tovertruuk: Omdat het goed voelt te beginnen met eten maken als je aanrecht opgeruimd is, wordt het steeds gemakkelijker elke dag na gebruik op te ruimen.
Door dat steeds terugkerende fijne gevoel verandert namelijk het patroon in je brein. Waar je eerst je aanrecht vol liet liggen, ruim je het nu, als vanzelf, elke dag leeg. Je hebt een nieuw patroon in je brein gecreëerd. En weet je wat? Zo’n patroon in je brein laten ontstaan is geen zware klus. Het vraagt in eerste instantie vasthoudendheid (en daar houdt je brein van) en daarna vind je jezelf elke dag bezig het aanrecht leeg te maken. Zo slim is jouw brein!
Probeer het een poosje uit op een kleine plek, zoals je nachtkastje of het kastje bij de voordeur. Elke dag even bijwerken voor een goed gevoel. Ik ben benieuwd wat het je brengt!
Heb je het uitgeprobeerd? Laat me weten hoe het ging.
Fijne maand april!
